Blog powered by TypePad

Achtergrond

De Bleu du Maine is een oud vleesras dat is ontstaan in Frankrijk. Waarschijnlijk stamt het ras uit kruisingen van de Leicester en de Wensleydale, twee Britse rassen. Waar de karakteristieke blauwe kop vandaan komt is niet precies bekend. Het is wel een kenmerk dat het schaap onderscheid van andere rassen en voor ons zo aantrekkelijk maakt. Het is een groot weideschaap dat door strenge selectie een van de productiefste rassen ter wereld is geworden. Het ras is vroeg geslachtsrijp, de meeste jonge ooien lammeren al in het eerste jaar af. De

Bleu du Maine is bijzonder vruchtbaar, de gemiddelden liggen op 2,20 lam per oudere ooi. De lammeren willen goed groeien, vooral ook door de melkrijkheid van de ooien. De afzet van de vleeslammeren is dan ook goed.

Wel vinden wij dat door de stamboekfokkerij op raskenmerken de bevleesdheid iets op de achtergrond is geraakt. Daar willen we ons de komende jaren dan ook vooral op richten.

Raskenmerken

Kopgroot2_1

Bleu du Maine: hoornloos schaap met donkerblauw, breed voorhoofd.

Hoofd:

is hoornloos, donkerblauw, het voorhoofd breed en zonder wol, de brede neus is licht gebogen, de oogkassen steken vooruit, de donkerblauwe oren zijn lang, hoog ingeplant en niet hangend.

Hals:

is van een middelmatige lengte en staat goed geplaatst op de brede schouders

Schouders:

zijn sterk gespierd en staan iets steil, terwijl de borst breed en diep is

Rug:

is recht en regelmatig, de lendenen lang en breed in het kruis en de staart laag ingeplant.

Gewicht:

Het gemiddelde gewicht van de rammen is 110-120 kg en van de ooien 80-90 kg.

Benen:

correct en onbewold, de voorbenen recht onder de knie, de achterbenen recht onder de bak met duidelijke hak

Wol:

Wit over het hele lichaam, behalve het hoofd en de benen, de vrije rechte wol- vezel is 8-10 cm lang en heeft een dikte van 27-30 micron.

Het predikaat sterooi

Op basis van haar eigen exterieur punten en de kwaliteit van de nakomelingen kan een ooi binnen de rasvereniging Bleu du Maine het predikaat Sterooi behalen. Dit wordt door een S op het afstammingsbewijs aangegeven.

De voorwaarden voor een sterooi zijn als volgt:
De ooi:

  • De ooi heeft zelf bij min. 85 punten voor algemeen voorkomen.
  • De ooi moet minstens 4 jaar oud zijn en op die leeftijd 3 keer gelammerd hebben
  • De ooi moet per worp gemiddeld min. 2 lammeren hebben gebracht. De worp op 1 jarige leeftijd wordt niet meegeteld. Waneer een ooi een jaar niet werpt wordt de lammerproductie als 0 meegenomen. Een jaar waarin een ooi verwerpt wordt niet meegewogen.

De nakomelingen:

  • Op vierjarige leeftijd dienen min. 4 nakomelingen geregistreerd te zijn, en voor elk jaar ouder 1 nakomeling meer.
  • Nakomelingen mogen geen geconstateerde erfelijke gebreken hebben
  • Bij de exterieurkeuringen van de nakomelingen worden punten toegekend. Op basis van deze punten wordt het predikaat behaald. Hoe deze punten worden toegekend staat in onderstaand schema.

Waardering dochters zonen zonen
Alg. voorkomen def gekeurd def gekeurd vlp gekeurd
75 t/m 79 pt - - -
80 t/m 84 pt 1 1 -
85 t/m 89 pt 3 4 1
90 en hoger 5 6 2

Er zijn drie gradaties van sterooien, Sterooi 1, Sterooi 2 en Sterooi 3.
De voorwaarden voor deze gradaties zijn gelijk, behalve het aantal punten dat verkregen dient te zijn via de exterieurkeuringen van de nakomelingen:
Sterooi 1  = 13 t/m 19 punten
Sterooi 2  = 20 t/m 29 punten
Sterooi 3  = 30 of hoger

Op de afstammingsbewijzen van de NSFO wordt wel een S vermeld op het afstammingsbewijs, maar niet de gradaties. In bepaalde gevallen wordt een S vermeld met een getal. Dit getal is dan het aantal punten via de nakomelingen verkregen, bv S28 is een ooi die 28 punten heeft verzameld via de exterieurkeuringen van de nakomelingen. Dit is dus een Sterooi 2.

Een eenmaal verkregen predikaat wordt niet weer ingetrokken behalve wanneer in een later stadium erfelijke gebreken worden geconstateerd bij de nakomelingen.